Blog
Welke impact hebben bankkosten op je rendement?
Instapkosten en jaarlijkse fondskosten lijken misschien kleine percentages. Ontdek waarom ze op lange termijn toch een grote impact op je vermogen kunnen hebben.
Instapkosten van 2%. Jaarlijkse kosten van 1,5%.
Op papier lijken het misschien kleine percentages. Zeker wanneer aandelenmarkten op één jaar veel sterker kunnen stijgen of dalen.
Toch verdienen kosten je aandacht.
Niet omdat een fonds met kosten automatisch een slecht product is. Banken, fondsbeheerders en adviseurs leveren tenslotte een dienst. Maar wel omdat terugkerende kosten jaar na jaar een stukje van je rendement wegnemen.
En omdat ook dat verloren rendement daarna niet meer verder kan groeien.
Het goede nieuws? Je hoeft geen financieel expert te worden om kosten beter te begrijpen. Met enkele eenvoudige vragen kom je al een heel eind.
Welke kosten betaal je bij een beleggingsfonds?
We spreken vaak over bankkosten, al gaan niet alle kosten rechtstreeks naar de bank. Een deel dient voor het beheer en de administratie van het fonds. Een ander deel kan dienen voor advies, distributie of het platform waarop je belegt.
Dit zijn de belangrijkste kosten om te kennen.
Instapkosten
Instapkosten betaal je wanneer je geld in een fonds belegt.
Stel dat je €10.000 wilt investeren en er wordt 3% instapkost aangerekend:
Er wordt dan geen €10.000, maar €9.700 voor jou belegd.
Ook bij een maandelijks beleggingsplan kunnen instapkosten op iedere nieuwe storting worden aangerekend. Het is daarom nuttig om niet alleen naar het maximale percentage in de documentatie te kijken, maar te vragen welk percentage je werkelijk betaalt.
Lopende kosten
Lopende kosten worden ieder jaar binnen het fonds aangerekend.
Je ontvangt hiervoor meestal geen afzonderlijke factuur. De kosten worden rechtstreeks uit het fondsvermogen gehaald en zijn daardoor al verwerkt in de waarde en het gepubliceerde rendement van het fonds.
Ze omvatten bijvoorbeeld:
- het beheer van de beleggingen;
- onderzoek en administratie;
- wettelijke controles;
- de bewaring en distributie van het fonds.
Een jaarlijkse kost van 1,5% wordt ook aangerekend wanneer het fonds dat jaar verlies maakt.
Dat maakt lopende kosten op lange termijn bijzonder belangrijk: ze keren ieder jaar opnieuw terug.
Uitstapkosten en andere kosten
Sommige fondsen rekenen ook kosten aan wanneer je verkoopt. Daarnaast kunnen er nog transactiekosten, prestatievergoedingen, bewaarlonen of kosten voor advies en vermogensbeheer bestaan.
Je hoeft niet ieder technisch detail uit het hoofd te kennen. Het belangrijkste is dat je vraagt naar de totale kosten die je werkelijk zult betalen.
Waar vind je de kosten terug?
De belangrijkste bron is het essentiële-informatiedocument, meestal afgekort als KID.
Zoek daarin naar het onderdeel:
Wat zijn de kosten?
Daar vind je gewoonlijk informatie over:
- instap- en uitstapkosten;
- jaarlijkse beheer- en administratiekosten;
- transactiekosten;
- eventuele prestatievergoedingen.
Een bank kan je daarnaast een productfiche, fondsenfiche of factsheet bezorgen. Die documenten bevatten vaak nuttige informatie over de strategie en historische prestaties.
Voor een volledig kostenoverzicht kijk je echter het best ook naar het officiële KID en het persoonlijke kostenoverzicht van je bank of tussenpersoon. De FSMA licht in haar overzicht van de verschillende soorten fondskosten toe waar je die informatie in het KID vindt.
Zie je door de verschillende documenten het bos niet meer? Dat is heel begrijpelijk. Vraag gerust rechtstreeks:
Hoeveel euro en welk percentage betaal ik tijdens het eerste jaar en daarna ieder volgend jaar?
Een goede adviseur hoort die vraag duidelijk te kunnen beantwoorden.
Waarom bestaan deze kosten?
Veel klassieke bankfondsen worden actief beheerd.
Dat betekent dat een beheerder of een team van analisten beslist welke aandelen, obligaties of andere beleggingen worden gekocht en verkocht. Ze onderzoeken bedrijven, volgen economische ontwikkelingen op en proberen de portefeuille aan te passen aan veranderende omstandigheden.
Daarnaast zijn er kosten voor administratie, technologie, controles, klantenondersteuning en eventueel persoonlijk advies.
Je betaalt dus voor een bepaalde aanpak en dienstverlening.
Dat is niet noodzakelijk verkeerd. Voor sommige mensen kan persoonlijke begeleiding bijzonder waardevol zijn. Een adviseur kan helpen om eindelijk te beginnen, een passend risiconiveau te kiezen en vooral om rustig te blijven wanneer de beurs daalt.
Maar actief beheer geeft geen garantie op een hoger rendement.
De kosten zijn zeker. Het toekomstige resultaat niet.
Hoeveel kosten fondsen gemiddeld?
Volgens de FSMA-studie over de kosten van beleggingsfondsen uit 2024 bedroegen de maximale instapkosten bij Belgische openbare fondsen gemiddeld ongeveer 2,1%.
De jaarlijkse beheer- en administratiekosten bedroegen gemiddeld ongeveer 1,4%. Bij sommige fondsen lagen ze lager, bij andere dichter bij 2%.
Een verschil van 1% of 2% lijkt misschien beperkt. Maar beleggen gebeurt meestal niet voor één jaar. Je geld krijgt vaak twintig of dertig jaar de tijd om te groeien.
Daardoor kunnen kleine jaarlijkse verschillen uiteindelijk een grote impact hebben.
Wat betekent een verschil tussen 6% en 8%?
Stel dat je eenmalig €10.000 belegt en het geld dertig jaar laat staan.
In het ene scenario groeit je vermogen gemiddeld met 8% per jaar. In het andere scenario blijft er na hogere kosten of een lager rendement gemiddeld 6% over.
De impact van 2 procentpunt verschil per jaar
- 6% jaarlijks rendement
- 8% jaarlijks rendement
| Jaar | Aan 6% | Aan 8% | Verschil |
|---|---|---|---|
| 0 | €10.000 | €10.000 | €0 |
| 10 | €17.908 | €21.589 | €3.681 |
| 20 | €32.071 | €46.610 | €14.539 |
| 30 | €57.435 | €100.627 | €43.192 |
Na dertig jaar bedraagt het verschil ruim €43.000.
Dat betekent niet dat er letterlijk €43.000 aan kosten werd afgehouden.
Een groot deel bestaat uit rendement dat je niet meer kon behalen op geld dat eerder verloren ging aan kosten. Kosten verminderen dus niet alleen je rendement vandaag. Ze verkleinen ook het bedrag dat morgen verder kan groeien.
Bestaan er goedkopere alternatieven?
Wie geen actief beheer of persoonlijke begeleiding nodig heeft, kan ook kijken naar passieve beleggingsproducten.
Een passief fonds probeert niet voortdurend betere aandelen dan de markt te selecteren. Het volgt eenvoudigweg een bepaalde index.
Een voorbeeld is de breed gespreide, passief beheerde iShares Core MSCI World UCITS ETF (IWDA), die de MSCI World-index volgt. Met één product beleg je gespreid in grote en middelgrote bedrijven uit verschillende ontwikkelde landen. De officiële MSCI World-indexpagina beschrijft die indexsamenstelling.
Omdat er geen uitgebreid beheerteam voortdurend aandelen probeert te selecteren, liggen de jaarlijkse fondskosten van zulke ETF’s doorgaans aanzienlijk lager dan die van veel actief beheerde bankfondsen.
Dat betekent niet dat een ETF gratis is. Je kunt nog steeds te maken krijgen met:
- transactiekosten bij je broker;
- belastingen zoals de beurstaks;
- eventuele rekening- of platformkosten.
Ook een brede ETF kan sterk in waarde dalen. Je moet dus voldoende tijd hebben, de schommelingen kunnen verdragen en bereid zijn om je belegging jarenlang vol te houden.
Een goedkoper product is pas waardevol wanneer het ook bij jou past.
Zijn lagere kosten altijd beter?
Het goedkoopste product is niet automatisch het beste.
Een fonds of ETF moet ook aansluiten bij:
- je beleggingsdoel;
- je risicoprofiel;
- je beleggingshorizon;
- de spreiding die je zoekt;
- de ondersteuning die je nodig hebt;
- een strategie die je begrijpt en kunt volhouden.
Voor iemand die graag alles zelf regelt en voldoende kennis heeft, kan een goedkope, breed gespreide ETF een eenvoudige oplossing zijn.
Voor iemand die zonder begeleiding niet zou beginnen of bij de eerste beursdaling zou verkopen, kan goede ondersteuning haar prijs waard zijn.
De belangrijkste vraag is daarom niet alleen:
Wat kost dit product?
Maar ook:
Wat krijg ik ervoor terug, en heb ik dat werkelijk nodig?
Welke vragen kun je stellen?
Je hoeft geen expert te zijn. Deze vier vragen geven je al veel duidelijkheid:
- Hoeveel instapkosten betaal ik werkelijk?
- Hoeveel bedragen alle jaarlijkse kosten samen?
- Wordt het fonds actief of passief beheerd?
- Bestaat er een goedkoper product met een vergelijkbare spreiding en hetzelfde risiconiveau?
Vergelijk daarbij altijd gelijkaardige producten. Een wereldwijd aandelenfonds vergelijken met een voorzichtig obligatiefonds zegt weinig. Hun risico en doelstelling zijn te verschillend.
Kleine percentages, grote gevolgen
Banken en fondsbeheerders rekenen kosten aan omdat het beheren, administreren en aanbieden van beleggingen geld kost.
Dat maakt een fonds niet automatisch goed of slecht.
Het betekent wel dat je mag weten:
- hoeveel je betaalt;
- waarvoor je betaalt;
- welke alternatieven er bestaan;
- en welke impact de kosten op lange termijn kunnen hebben.
Je weet nooit precies welk rendement een belegging de komende twintig jaar zal opleveren.
De kosten kun je vandaag meestal wel achterhalen.
Wil je de impact zelf bekijken? Vul in de gratis Rootree Simulator eerst een verwacht rendement van 8% in en daarna 6%. Zo zie je onmiddellijk wat twee procentpunt verschil kan betekenen voor jouw startbedrag, maandelijkse inleg en beleggingsperiode.
Verder lezen
Rendement
De kracht van samengestelde groei
Wat is samengestelde groei? Ontdek met een helder voorbeeld en een grafiek waarom groei op eerdere groei na verloop van tijd zo krachtig wordt.
Lees artikelRendement
Welk rendement mag je verwachten?
Een rustige uitleg over de MSCI World, herbelegde dividenden en waarom Rootree met 8% rekent.
Lees artikelSimulator
Wat betekent financieel onafhankelijk?
Wanneer ben je financieel onafhankelijk en hoe helpt de 4%-regel om dat te berekenen?
Lees artikel